ICOONwoning

Mobiliteit en gebouwen

Voor geld en gezondheid draaien ze de verwarming wel omlaag

Groene wijken zijn aantrekkelijk. Locatie en prijs trekken de bewoners over de streep. Dat de woningen energiebesparend zijn, is bijna nooit een doorslaggevend argument. Hoe maak je grijze bewoners van groene wijken energiebesparend?

Nu de gebouwen steeds energiezuiniger zijn, stijgt het aandeel van de gebruiker in het terugdringen van het energiegebruik. Daarom is de laatste vijf jaar de interesse in de energiegebruiker toegenomen. Dit zegt Lucienne Krosse, onderzoeker bij de Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO). Ze durft geen uitspraak te doen over een positief of negatief verschil in energieverbruik van bewoners van groene versus grijze huishoudens, ‘Daarvoor is er te weinig langdurig en nauwkeurig onderzoek gedaan.’

Emeritushoogleraar Hugo Priemus durft dat wel. Zowel de overheid als de projectontwikkelaars hebben geen baat bij tegenvallende resultaten die afbreuk doen aan door henzelf graag gebruikte termen als ‘energieneutraal’, ‘klimaatneutraal’ en ‘co2-neutraal’. Er is daardoor weinig evaluerend onderzoek naar het daadwerkelijke energiegebruik in groene wijken, zegt Priemus, emeritushoogleraar systeeminnovatie ruimtelijke ontwikkeling aan de Technische Universiteit Delft. ‘Ze doen wel, maar zien niet om.’ Er bestaan echter wel vermoedens dat bewoners van groene wijken juist meer energie gebruiken dan bewoners van grijze wijken, zegt de Delftse hoogleraar.

Hij verwijst naar het groene paradepaardje Ecolonia in Alphen aan den Rijn. Bewoners van die wijk gebruikten juist meer energie in vergelijking met bewoners van normale woonwijken. Dat bleek uit het in 1996 gepresenteerde onderzoek Bewonersgedrag in duurzaam bouwen projecten. Cijfers uit 2012 van netwerkbeheerder Stedin laten zien dat bewoners van de groene wijk Nieuwland in Amersfoort meer elektriciteit verbruiken dan grijze huishoudens. Met de kanttekening dat, volgens de gemeente, de huizen in de groene wijk groter zijn dan de grijze woningen waarmee zij vergeleken werden. Over het energieverbruik van het recente groene project de Stad van de Zon in Heerhugowaard zijn geen cijfers bekend.

Een mogelijke verklaring voor het verhoogde energieverbruik zou het rebound effect kunnen zijn, legt Priemus uit. Mensen die een gordel dragen in de auto rijden gemiddeld harder dan bestuurders zonder gordel. Eenzelfde effect zou kunnen spelen bij mensen die in een groen huis wonen: mijn huis is goed geïsoleerd en ik wek mijn eigen energie op, dus kan ik best dat extra wasje draaien. In de Stad van de Zon in Heerhugowaard heeft Willem Koppen, vanaf het prille begin betrokken bij de circa 1600 woningen tellende vinexlocatie, nog nooit iemand horen zeggen dat ze het huis kochten vanwege de zonnepanelen op het dak of de windmolens in de wijk. Locatie en prijs waren volgens Koppen, eigenaar van bouwkundig expertisebureau Koppen VastGoed,  steevast de hoofdargumenten voor de aanschaf van de in 2006-2013 opgeleverde huizen.

De bouwkundig expert meent te weten hoe hij grijze bewoners in groene wijken energiebesparend kan krijgen. Echt milieubewuste mensen zijn er niet zoveel en noemt hij ‘laaghangend fruit’. Dit zijn de typen die uit zichzelf een extra trui verkiezen boven het opdraaien van de verwarmingsknop. Om de gewone bevolking aan te zetten tot energiezuinig gedrag moet niet worden ingezet op milieubewustzijn, zegt Koppen, maar wel op het gevoel worden ingespeeld dat mensen financieel en fysiek iets te kort komen door te veel energie te gebruiken.

Deze redenering heeft geleid tot de het idee van de woonlastenmonitor: een slimme meter die niet bot uitrekent waar je teveel energie aan verspilt, maar een systeem dat je waarschuwt op het moment dat je energiegebruik je dief maakt van je eigen portemonnee, of leidt tot gezondheidsrisico’s. Koppen wil vanaf het derde kwartaal van dit jaar 250 monitors gaan plaatsen in de Stad van de Zon. Hij is hierover nog in onderhandeling met de netwerkbeheerder, de energieleverancier en de gemeente. De monitor moet bijhouden hoeveel stroom, gas en water elk huishouden verbruikt en vergelijkt het verbruik met de prognose van de ontwikkelaar van de huizen en het gemiddelde verbruik van de buurt. Een sensor scant de lucht op gezondheidsrisico’s die binnenshuis kunnen ontstaan door bijvoorbeeld te veel vocht in de lucht of te weinig ventilatie.

Het idee van een grafiek die het eigen energiegebruik afzet tegen twee andere lijntjes (prognose van de ontwikkelaar en gemiddelde van de buurt) is gemakkelijk te visualiseren. Gezondheidsrisico’s lopen door een hoge energierekening is wat minder concreet. ‘Vaak wassen of douchen, wat veel energie kost, zorgt voor een vochtig huis. Dit kan gevaarlijk zijn voor de gezondheid’, legt Koppen uit. ‘Een combinatie van vochtige lucht in combinatie met te veel of gebrekkige isolatie kan leiden tot de groei van gezondheidbedreigende schimmels’. Gebrek aan ventilatie kan ook onderdruk in een huis veroorzaken. Onderdruk kan leiden tot het vrijkomen van de, volgens Koppen, kankerverwekkende, edelgas Radon uit zware materialen en de grond. Een sensor die de luchtconditie kan koppelen aan gezondheidsrisico’s en vervolgens kan aangeven hoe je deze risico’s door verandering van je (energie-)gedrag kunt elimineren.

Gert Spaargaren, universitair hoofddocent Milieubeleid in Wageningen, wijst op de bezwaren die er zijn tegen slimme energiemeters die de consument precies vertellen waar er bezuinigd kan worden op energieverbruik. ‘Mensen ervaarden deze monitoring vaak als betuttelend en als een inbreuk op hun privacy’. Een display waarop buren van elkaar zouden kunnen zien welke bewoner het meest verbruikt kan weleens tegen dezelfde bezwaren aanlopen, denkt de hoogleraar. Hij gelooft in ‘verleiden in plaats van straffen’.

Ook de Vlaamse emeritushoogleraar Etienne Vermeersch is voorstander van het ‘aansporen’ van mensen. De filosoof en ethicus stelt dat mensen voor zichzelf moeten kunnen uitmaken of zij energiezuinig leven of niet: ‘Ik ben door mijn lage hartslag nogal kouwelijk. Met drie onderlijfjes aan heb ik het nog steeds koud. Er zou mij dan niet geboden moeten worden op hoeveel graden de verwarming mag staan’. Vermeersch stelt dat duidelijke informatie en positieve prikkels mensen zullen aansporen tot energiebesparend gedrag. Financiële prikkels zijn volgens hem ‘zeer nuttig, misschien wel het belangrijkste.’

Koppen is zich bewust van deze risico’s en geeft aan dat er contact is met een milieusocioloog over  de woonlastenmonitor. Het moet in ieder geval ‘geen schandpaal worden’. Verder wordt de monitor en de daaraan gekoppelde besparingsmogelijkheden verpakt als kado: tips zullen worden aangereikt als presentje, niet als donderpreek. Ook benadrukt hij het belang van zuiverheid: het irriteert mensen om data af te geven als er commerciële belangen spelen. Hij  gaat er dan ook vanuit dat de monitor uiteindelijk zichzelf kan financieren en in handen komt van een onafhankelijke organisatie.

Koppen en Priemus zien overigens nog een toekomstig voordeel van energiebewuster gedrag van groene huishoudens: in plaats van het (zwaar gesubsidieerd) terugleveren van kilowatturen aan het net kan de elektrische auto thuis worden opgeladen. Daarvan overtuigt heeft Koppen onlangs een volledig elektrische auto gekocht om nader onderzoek te kunnen doen naar de koppeling van mobiliteit en  gebouwen. (www.icoonwoning.nl